april 10


Advies ASD tbv formatie gemeenteraad 2022

Advies van de Adviesraad Sociaal Domein (asd) Bunnik m.b.t. het opstellen van een nieuw
Collegeprogramma voor de gemeente Bunnik


Aan: Burgemeester en fracties van de gemeente Bunnik
        Postbus 5
        3980 CA Bunnik
Odijk, 28 maart 2022


Geachte burgemeester en raadsleden,
Op de verkiezingsdag 16 maart jl. bracht de Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente De Bilt een
advies uit aan de burgemeester en nieuw gekozen raadsleden aldaar met aandachtspunten voor het
opstellen van een nieuw collegeprogramma ten behoeve van verbetering en versterking van het sociale
domein vanuit het perspectief van de burger.
Wij vonden en vinden dat een buitengewoon goed idee.
We hebben kennis genomen van de inhoud van deze zogenaamde “burgemeestersbrief” en hebben
geconstateerd dat veel van de genoemde thema’s zonder meer ook van toepassing zijn op de situatie in
Bunnik. Graag brengen wij dan ook onverkort deze brief onder uw aandacht (zie bijlage).
Hieronder lopen wij de aandachtsgebieden uit de genoemde brief langs en gaan wij in op eventuele
verschillen tussen de Bilt en Bunnik.
1-Lokale verankering versus regionalisering en recentralisatie
Een belangrijk aandachtspunt waarbij er geen verschil is tussen de Bilt en Bunnik.
2- Inclusieve Samenleving en VN Verdrag “Rechten mensen met een beperking”.
De gemeente Bunnik heeft in tegenstelling tot veel andere gemeenten (nog) geen apart
implementatieplan of inclusie agenda voor dit thema. Reeds in februari 2019 heeft de asd daar vragen
over gesteld. Voor zover bekend is daar geen antwoord op gekomen. Naar verluidt maakt het thema
deel uit van het algemene programma voor het sociale domein. Graag uw aandacht ervoor dat “de
rechten van de mensen met een beperking” uitgedragen en geïmplementeerd worden op alle
terreinen van het beleid van de gemeente en dat daar voldoende middelen voor ter beschikking worden
gesteld.
3- Mantelzorg, toegankelijkheid en kwaliteit van WMO voorzieningen.
Ook in Bunnik zijn vele mantelzorgers actief. Naar analogie van de in de Bilt toegepast indicatieve
methode zou het in Bunnik gaan om 4400 mantelzorgers. Binnen dat totale aantal verdient met name
de groep intensieve mantelzorgers bijzondere aandacht, omdat overbelasting voor hen een reëel gevaar
is. Dan gaat het om in Bunnik indicatief om ruim 700 mensen die meer dan 8 uur per week en langer dan
3 maanden onbetaald voor een naaste zorgen.
4- Bevordering cliëntondersteuning en cliëntparticipatie.
Onze adviesraad wil graag wijzen op het belang van openheid over evaluatie van cliëntencontacten van
het CvE en eventuele verbeterpunten daarvoor, alsmede een klachtenregeling.
5- Jeugdzorg.
Wij herkennen zeer de problematiek rondom de jeugdzorg. De wachtlijsten en de kostenexplosie,
alsmede de problemen van het leerlingenvervoer naar speciaal onderwijs. Over dat laatste heeft de
adviesraad een advies uitgebracht waarin onder meer bepleit wordt om, in het belang van het kind,
uitplaatsing naar speciaal onderwijs zoveel mogelijk te voorkomen en te investeren in het ondersteunen
van scholen (of één school) om kinderen met problemen daar te kunnen handhaven. Daar waar
leerlingenvervoer desondanks geboden is, zijn continuïteit in de bezetting van de busjes en maximering
van rittijden essentieel.
6- Participatiewet.
Wij kunnen ons zeer vinden in het advies van de Bilt hierin en willen hier nog eens het belang
benadrukken om de mens centraal te stellen en niet de regels
7- Wonen, zorg en welzijn.
Hier zijn significante verschillen met de Bilt.
Woningvoorraad: Wat betreft het percentage sociale huurwoningen zit de Bilt met 30 a 35 % sociale
huur aan de “goede” kant van de recent door de rijksoverheid gestelde norm van minimaal 30 % sociale
huur. Bunnik zit zorgelijk laag met minder dan 20 % sociale huur, net als bijvoorbeeld
Heemstede/Aerdenhout of Rozendaal (bron CBS/Trouw 26 maart jl). Om dit te verbeteren zal bij
nieuwe woningbouw significant boven de 30 % sociale huur moeten worden ingestoken. Van belang
daarbij is dat sociale huurwoningen gerealiseerd worden door corporaties en niet door project ontwikkelaars: de praktijk leert namelijk dat in het laatste geval huurwoningen vaak slechts tijdelijk te
boek staan als sociale huur, worden regels voor het toewijzen van woningen niet altijd gevolgd en
worden de woningen zo snel mogelijk weer worden ondergebracht in de vrije sector voor meer
rendement (zogenaamde “nep sociale huur”). Van belang is ook de spreiding van sociale huurwoningen
over de verschillende kernen en aandacht om uit huis gaande Bunnikse jongeren voorrang te geven,
zodat die bijvoorbeeld mantelzorgtaken kunnen blijven/gaan vervullen naar hun ouders.
Bunnik heeft met de Kersenweide een grote nieuwe woningbouwlocatie op stapel staan. Daarbij moet
niet alleen gekeken worden naar het percentage sociale huur (zie hiervoor) maar ook naar de behoefte
aan soorten woningen, gelet op wensen van betrokkenen. Gelet op het grote aandeel van
alleenstaanden: ouderen maar ook jongeren (“Gezocht: Geengezinswoning”) is het van belang een
aanbod op maat te gaan bieden.
In een eerder advies hebben we aandacht gevraagd voor groepswonen voor senioren, met voor
eenieder een eigen voordeur maar ook met ontmoetingsplekken binnen handbereik: van koffiekamer
tot moestuin.
Ook voor jongeren kan een woongroep interessant zijn. Vooral in de stad kennen we de
studentenhuizen met gemeenschappelijke voorzieningen maar ook voor andere jongeren, die het
ouderlijk huis willen verlaten kan het aantrekkelijk zijn om samen met anderen te wonen, zeker als het
dan gaat om voor hen betaalbare huisvesting. En als de jongeren het ouderlijk huis hebben verlaten,
kunnen de ouders gaan nadenken over andere huisvesting die past bij hun nieuwe situatie. Dus ook op
die manier kan bijgedragen worden aan doorstroming op de woningmarkt.
Daarnaast wijzen wij op het zogenaamde intergenerationeel (met meerdere generaties onder één dak)
wonen als een interessante woonvorm, die nader onderzoek verdient.
Ten slotte, in navolging van het advies van De Bilt:
Dit advies gaat over het beleidsterrein van het sociale domein. Alleen raakt dat ook de andere
beleidsterreinen van de gemeente. Met dit advies hebben we hier aandacht voor gevraagd. Wij hopen u
hiermee naar behoren te hebben geadviseerd en wachten uw reactie met belangstelling af.


Hoogachtend
namens de Adviesraad Sociaal Domein Bunnik
Erik IJpema
Voorzitter


Bijlage:
Advies van de Adviesraad Sociaal Domein De Bilt
m.b.t. opstellen nieuw Collegeprogramma voor de gemeente de Bilt
Burgemeester en fracties van de Gemeente De Bilt
Postbus 300
3720 AH Bilthoven
Maartensdijk: 16 maart 2022


Geachte burgemeester en raadsleden,
Vandaag vinden er weer gemeenteraadsverkiezingen plaats. Daarna wordt er een nieuw
College geformeerd. Voor de burgemeester en de raadsleden heeft de ASD een advies
opgesteld. Dit advies is gebaseerd op een eerder door ons gegeven advies van 4 augustus
2021 aan de politieke partijen. Het advies gaat over een 7-tal aandachtsgebieden :
1. Lokale verankering versus regionalisering en recentralisatie
2. Inclusieve Samenleving en VN Verdrag “Rechten mensen met een beperking”.
3. Mantelzorg, toegankelijkheid en kwaliteit van WMO voorzieningen.
4. Bevordering cliëntondersteuning en cliëntparticipatie.
5. Jeugdzorg
6. Participatiewet
7. Wonen, zorg en welzijn.
In het navolgende zullen we dit nader toelichten. Mochten er vragen zijn of een nadere
toelichting nodig zijn dan zijn wij daartoe altijd bereid.
OVERZICHT VAN DE SPEERPUNTEN / AANDACHTSPUNTEN
1 Lokale Verankering versus regionalisering en recentralisatie
Veel onderwerpen worden vanuit efficiency en bovengemeentelijke noodzaak tot afstemming
opgeschaald naar een hoger besluitvormingsniveau. Soms is er sprake van lokaal verlengd
bestuur, soms zijn er regionaal bindende afspraken. Vaak is het opgeschaalde niveau een
lappendeken van organisaties en bevoegdheden met sterke tendensen naar een vierde
(formele) bestuurslaag.
Om de band tussen kiezer en gekozene te versterken is het zaak om een goed evenwicht te
vinden tussen lokale verankering en regionale noodzaak. Betrek inwoners én
ervaringsdeskundigen meer bij deze processen en laat zien dat zij invloed hebben.
Kortom, zorg voor een versterking van de lokale democratie en maak het mogelijk dat burgers
meer betrokken worden bij besluitvormingsprocessen.
2 Inclusieve Samenleving en VN Verdrag “Rechten mensen met een beperking:
Het ondertekenen van het VN-verdrag “rechten van mensen met een beperking” door
Nederland dient méér zichtbaar te worden in de gemeente De Bilt. De inclusieve samenleving
waarin iedereen kan meedoen is immers een recht geworden. Dit geldt zowel op materieel
gebied als immaterieel gebied.
• Op materieel gebied wordt gewezen op een goede toegankelijkheid van gebouwen,
sportparken en andere publieke voorzieningen (o.a. kieslokalen).
• Op immaterieel gebied is er aandacht gekomen voor bijzondere doelgroepen.
(laaggeletterden, LHBTIQ+, inburgering statushouders, mensen met een afstand tot de
arbeidsmarkt, maatschappelijke opvang en beschermd wonen, etc.).
De gemeente dient het implementatieplan ten aanzien van het VN-verdrag meer handen en
voeten te geven. Voor de uitvoering ervan dient voldoende geld beschikbaar gesteld te worden.
Maar het Plan dient ook uitgedragen en geïmplementeerd te worden op alle terreinen van het
beleid van de gemeente.
3 Mantelzorg, Toegankelijkheid en Kwaliteit van WMO-voorzieningen
3.1 Mantelzorgers
Mantelzorg is van grote betekenis in het leven van kwetsbare burgers en hun naasten. Jaarlijks
zijn in onze gemeente zo’n 13.000 mantelzorgers actief en besteden zij ruim 3.9 miljoen uur aan
hun mantelzorgtaken. Samen verrichten zij dus een berg werk. De aanvankelijke afschaffing
van de mantelzorgwaardering is voor 2021 weliswaar terug gedraaid, maar voor de jaren
daarna blijft het onzeker.
Ons advies is dan ook om mantelzorgers nog beter te ondersteunen door:
• De Rijksgelden te oormerken en die structureel in te zetten voor ondersteuning van de
mantelzorgers.
• Opzetten en uitbreiden van deskundigheidsbevordering, cursussen, creëren van
bijeenkomsten waar gezelligheid en uitwisseling van ervaringen centraal staan.
• Respijtzorg meer aandacht geven. Zorg dat op lokaal c.q. regionaal niveau
voorzieningen beschikbaar komen om mantelzorgers even op adem te laten komen.
3.2 Toegankelijkheid En Kwaliteit WMO-voorzieningen
Een van de belangrijkste knelpunten is de veronderstelde zelfredzaamheid van mensen.
Nederland heeft meer dan 2 miljoen laaggeletterden, waaronder burgers met een verstandelijke
beperking en ouderen die niet of nauwelijks uit de voeten kunnen met de digitale versnelling die
de overheid (maar ook andere organisaties zoals banken) heeft ingezet. Juist mensen die
onvoldoende zelfredzaam zijn, hebben hulp van de overheid nodig of in ieder geval dat de
overheid zorgt voor voldoende hulp op dit gebied.
Toegankelijkheid van voorzieningen is daarom een belangrijk aandachtspunt. Niet elke burger is
voldoende in staat om zelf te weg te vinden in het doolhof van hulpverlening. In het verlengde
hiervan ligt de noodzaak om op tijd de juiste hulp te bieden. Vroeg signalering en preventieve
voorlichting kunnen hier ondersteunend bij zijn.
Daarbij is niet alleen de fysieke vindbaarheid van belang, maar ook de attitude waarmee de
burger tegemoet wordt getreden. Houding, gedrag en empathisch vermogen zijn daarbij
sleutelbegrippen en zijn nauw verbonden met de inclusieve samenleving.
4 Bevordering Cliëntondersteuning En Clientparticipatie
Zodra een inwoner een beroep doet op het Sociaal Team om hulp of ondersteuning te krijgen,
kan deze zich laten ondersteunen door een onafhankelijke derde. Juridisch is vastgelegd dat de
gemeente / het Sociaal Team de melding bevestigt en de burger bericht dat hij een persoonlijk
plan kan maken en recht heeft op onafhankelijke cliëntondersteuning. Hierop dient gewezen te
worden. Dit blijkt niet altijd het geval te zijn.
Benoem als gemeente verder een onafhankelijk klachtencoördinator voor het gehele sociale
domein met doorzettingskracht en met een transparante publieke verantwoording.
5 Jeugdzorg
5.1 Jeugd Domein
Terugdringen / voorkomen van wachtlijsten in de Jeugd-GGZ vooral voor personen met een
gecompliceerde hulpvraag. Werken vanuit cliëntperspectief blijft sterk achter. Anders gezegd
niet de leefwereld van cliënten lijkt centraal te staan maar de systeemwereld is de werkelijkheid
waarin de client zich moet voegen. Op dit terrein is een omslag nodig in beleid en
zorgaandacht. Voor de leeftijdscategorie 18+ en 23- is extra aandacht noodzakelijk. Kwetsbare
jong volwassenen kampen nog met de nodige knelpunten in samenhang met de Participatiewet.
5.2 Wachtlijsten en Kostenexplosie
In 2015 heeft het Kabinet onder meer de Jeugdzorg gedecentraliseerd naar de gemeenten. In
verband met veronderstelde kostenbesparingen (dicht bij de burger) ging de decentralisatie
gepaard met een forse budgetkorting. Na 5 jaar kan worden geconstateerd, dat deze
decentralisatie niet aan de verwachtingen heeft voldaan getuige de grote financiële tekorten en
de forse toename van de wachtlijsten.
Een van de antwoorden hierop was het rapport “De Biltse Aanpak”. Knelpunt hierbij is, dat
gemeenten een zorgplicht en betalingsplicht hebben terwijl derden ongeclausuleerd kunnen
doorverwijzen. Het verdient aanbeveling om nog meer in te zetten op de uitgangspunten zoals
verwoord in “De Biltse Aanpak”. Zeker waar het de doorverwijzingen betreft. Met huisartsen
zouden duidelijker afspraken moeten worden gemaakt. Ook het meer stimuleren en benutten
van voorliggende voorzieningen is belangrijk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de rol van
sportvoorzieningen en buurthuizen. Monitoring van wachtlijsten blijft belangrijk evenals het
stimuleren van zorgaandacht in het onderwijs en het wegnemen van drempels voor
samenwerking met jeugdzorg.
6 Participatiewet
6.1 Werk en Inkomen
Betekenisvol werk en een rechtvaardig inkomen zouden vanzelfsprekend moeten zijn voor
iedere burger. Werk is meer dan alleen een inkomen. Werk is de sleutel tot bestaanszekerheid,
waardering, respect en tot deelname aan de samenleving. Met werk zijn mensen in staat een
zelfstandig bestaan op te bouwen en hun talenten te ontwikkelen.
Wij vinden het van belang dat de gemeente een overeenkomst gaat sluiten met lokale
ondernemers om voldoende arbeidsplaatsen te creëren voor mensen die (langdurig)
aangewezen zijn op een uitkering. Het zogenoemde Granieten Bestand. Daarnaast vragen wij
aandacht voor de ZZP-ers en flexwerkers. In het huidige Corona herstelplan is hier
onvoldoende aandacht voor.
6.2 Armoedebestrijding en Schuld Hulpverlening
Kinderen uit arme gezinnen komen al vroeg op achterstand blijkt uit nieuw onderzoek van de
Erasmus Universiteit. Kansenongelijkheid ontstaat al in de vroege jeugd. Het maakt dus nogal
wat uit waar je wieg staat. De verschillen tussen de armste kinderen en de rijkste kinderen is
groot. De tweedeling is de samenleving neemt toe, ook in onze gemeente..
Verder vormen stress en eigen regie geen goede combinatie. De gemeente dient rekening te
(laten) houden in haar dienstverlening met de impact van (chronische) stress op het gedrag van
mensen; de inwoner centraal en niet de regels. Het beeld dat mensen niet gemotiveerd zijn,
verandert als je invloed van stress erkent. Van belang is ook te kijken in dit verband naar de
eigen rol van de overheid (stapeling boetes) bij dit probleem.
Als mensen in een participatie/re-integratietraject zitten, dient er aandacht te zijn voor
achterliggende problematiek, zoals schulden, scheiding en mentale problematiek. Eerst deze
problemen oplossen, zodat deze mensen met een gerust hart aan het werk kunnen.
7 Wonen Zorg en Welzijn
Landelijk is er veel aandacht voor dit beleidsterrein. Er is een task force ingesteld en ook op
Provinciaal niveau (KUS) wordt er nu meer aandacht voor gevraagd, zowel bij de gemeentes
als betrokken partijen. Als ASD zijn wij bereid om hierover mee te denken en de gemeente van
advies te voorzien.
7.1 Participatieproject “Samenwerken aan Wonen”
Landelijk, maar zeker ook in onze gemeente staat de betaalbaarheid (koopwoningen, vrije
sector huur) en beschikbaarheid (sociale huurwoningen) sterk onder druk. De woningmarkt is
voor veel inwoners een drama geworden. De gemeente heeft als ambitie uitgesproken om 1000
nieuwe woningen te realiseren.
Naar onze mening wordt de scherpte en de urgentie van het woningvraagstuk onvoldoende
onderkend. De stem van de woningzoekenden komt nauwelijks naar voren. Degenen die al
wonen (gevestigde belangen) hebben niet zo’n grote bereidheid tot nieuwe woningbouw. Dit
leidt al snel tot het Nimby Effect:
Er bestaat een zeer sterke neiging om alles met alles te verbinden. Woningbouw moet onder
meer voldoen aan: ecologische uitgangspunten, landschap en cultuurhistorie, architectonisch,
duurzaamheid, klimaatadaptie, milieu gezondheid en veiligheid, differentiatie, biodiversiteit etc.
Door alles met alles te verbinden en veel voorwaarden te stellen aan woningbouw ontstaat er
een erg stroperig geheel hetgeen ten koste gaat van de urgentie en de snelheid. Met andere
woorden: zet in op een versnelling van de bouwprojecten. Ook transformatie van bestaande
(kantoor)gebouwen naar woningen kan daarbij meer worden gestimuleerd.
7.2 Bestrijding Eenzaamheid en Stimuleren Sociale Cohesie
Stimuleren van een goede sociale infrastructuur en het bevorderen van verbindingen tussen
generaties in wijken en buurten. Hiermee wordt bijgedragen aan vitaliteit, hebben jongeren een
plek om te wonen, is er een krachtig sport- en verenigingsleven en is er bestaansrecht voor
voorzieningen zoals scholen en winkels.
Niet iedereen is in staat tot zelfredzaamheid en beschikt over een sociaal netwerk.
Eenzaamheid (het onvermogen om mee te doen) is een groot maatschappelijk probleem.
Bestrijding hiervan de komende jaren is zeer relevant en van het hoogste belang. De eerste
stappen zijn geruime tijd geleden gezet tijdens de Werkconferentie Eenzaamheid. Dit initiatief
dient verder de komende jaren te worden
7.3 Stimuleer Verbindingen via Woonzorgzones
Ontwikkel met het oog op de demografische trends (dubbele vergrijzing) nieuwe woonvormen
voor de nieuwe generatie ouderen. Hou bij het ontwikkelen van nieuwe woonvormen niet alleen
rekening met individuele zelfredzaamheid, maar ook met projecten waarbij
“samenredzaamheid” uitgangspunt is. Zorg voor flexibele- en toekomstbestendige concepten.
Toets als gemeente alle (nieuwbouw) bouwaanvragen op het criterium
levensloopbestendigheid. Neem daarbij de samenhang met de openbare buitenruimte mee.
Benoem ook een seniorenmakelaar c.q. verhuiscoach. Iemand die ouderen kan ondersteunen
bijvoorbeeld door het geven van adviezen of de huidige woning voldoende zorggeschikt is (de
thuistest). Ook iemand die verhuisadviezen geeft en zorgt voor verhuisbegeleiding
Dit advies gaat over het beleidsterrein van het Sociaal Domein. Alleen raakt dat terrein ook de
andere beleidsterreinen van de gemeente. Met dit advies hebben we hier aandacht voor
gevraagd. Wij hopen u hiermee voor dit moment naar behoren te hebben geadviseerd en
wachten uw reactie met belangstelling af.
Met vriendelijke groet,
Hans Voogt
Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein De Bilt

Ook interessante adviezen zijn: