februari 20


Advies van de Adviesraad Sociaal Domein op“Wonen en zorg voor ouderen in 2030 in de gemeente Bunnik”

Bunnik, 20 februari2020
Behandeld door: Erik IJpema


Geacht college,

Recentelijk (januari 2020) zijn twee belangwekkende rapporten verschenen over de toekomst van het wonen, het welzijn en de zorg voor ouderen in Nederland. In de eerste plaats het rapport "Oud en Zelfstandig in 2030" (versie 1.0) van de commissie "Toekomst zorg van thuiswonende Ouderen" (voorzitter Wouter Bos). In de tweede plaats het rapport "de derde levensfase" (het geschenk van de eeuw) van de Raad Volksgezondheid en Samenleving (voorzitter Jet Bussemaker).

Wonen is een belangrijk thema in deze rapporten en, zoals de commissie Bos het stelt: "er is een gat ontstaan tussen thuis en verpleeghuis "Geclusterde en collectieve woonvormen waarin ouderen en ook verschillende generaties elkaar kunnen ondersteunen zouden in de ervaren leemte kunnen voorzien. Aan de ontwikkeling ervan wordt gewerkt, maar van een voldoende, landelijk dekkend aanbod is nog geen sprake. Ook lijkt het aanbod in de praktijk meer gericht op de meer dan op de minder vermogende oudere.
Ook de RVW van Bussemaker wijst op deze ontwikkeling in het inspiratiedossier “wonen”: Sommige mensen in de derde levensfase gaan op zoek naar mogelijkheden om gemeenschappelijk te wonen.

Geclusterd wonen voor ouderen, eventueel met meerdere generaties onder 1 dak, is een thema waar ook de regio Utrecht met daarin de gemeente Bunnik nadrukkelijk mee te maken heeft. In de Visie op Wonen 2017-2021 van de gemeente wordt aan het geclusterd wonen van bijzondere doelgroepen ook, maar slechts beperkt, aandacht gegeven. Niet of nauwelijks aan bod komen: de sociale dimensie,de woonbehoefte en woonmogelijkheden van alleenstaande ouderen met enkel AOW, wenselijke extra bouwkundige kenmerken van woonclusters en de regionale opgave voor ouderenhuisvesting.
Reden voor de Adviesraad om nader in te gaan op bepaalde vormen van geclusterd wonen, die wij gemakshalve aanduiden als “groepswonen voor iedereen”.

Wij benaderen deze thematiek vanuit meerdere invalshoeken

1--Vanuit woningnood
Na de 2ewereldoorlog kwam “de” babyboom op gang en dat leidde onder meer tot een groot tekort aan huizen waarin de gezinnen met kinderen konden opgroeien. Een van de oplossingen die gekozen werd was het bouwen van veel rusthuizen/bejaardenoorden voor 65 plussers, die actief werden aangemoedigd om daar naar toe te verhuizen. Het ging om “wonen op maat” en dat was behoorlijk klein; meestal simpele kamertjes van max 3 bij 4 meter voor alleenstaanden en 2 kamertjes voor een echtpaar. Grootste bonus, maatschappelijk gezien, was dat de “uitgewerkte” generatie een relatief grote woning achterliet voor al die aanstormende gezinnen met “boomertjes” in wording.
Ook nu is er een groot tekort aan woningen door de snelle groei van de bevolking (met name door migratieoverschot), terwijl veel ouderen door het beleid van de overheid zo lang mogelijk zelfstandig in een vaak te grote woning blijven wonen. En ook nu is de stelling dat een stimulering tot wonen op maat een bijdrage aan de oplossing van dit probleem zou kunnen leveren. Vanzelfsprekend wel van een andere maat en concept dan uit de eerstgenoemde periode. Alom is te horen dat de behoefte daaraan bestaat, zeker sinds de klassieke verzorgingshuizen steeds meer verdwijnen door de scheiding van wonen en zorg en de te hoge huurprijzen die daar het gevolg van zijn voor de resterende appartementen in die voorzieningen.
De koepel van woningcorporaties Aedes heeft onlangs (29 januari 2020) een publicatie uitgebracht met inspirerende voorbeelden van alternatieve woonvormen (Samen Oud). En de Taskforce Wonen riep onlangs (21 januari 2020) o.a. bestuurders op om met nieuwe oplossingen te komen om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Uitgaande van (vooral) alleenstaanden met weinig inkomen zou de uitdaging bijvoorbeeld kunnen zijn om een vorm van geclusterd wonen te ontwikkelen, waarbij naast een aantal woningen ook steeds in een algemene ruimte – een soort huiskamer - wordt voorzien. De maximale kosten per woning voor de huur plus servicekosten mogen niet boven de ca 700 euro (pm) uitkomen zodat de huurprijs, met maximale huursubsidie (van max 335 euro pm)op te brengen is voor ouderen met enkel AOW. Stimulering door goedkope gronduitgifte zou daarbij kunnen helpen.De bonus hiervan is meer doorstroming naar een woning op maat en het op de markt komen van relatief grote woningen voor de jongere generatie.

2--Vanuit zorgoptiek
De bejaardenoorden van weleer boden niet alleen het wonen op maat. Er was ook groot logistiek voordeel voor de zorg aan huis. Het scheelt meer dan een slok op een borrel als de wijkzorg voor de vaste prik op de galerij van deur tot deur kan gaan in plaats daarvoor per verstrekking bv 10 minuten moet reizen.
De veronderstelling dat langer zelfstandig thuis blijven een verlaging van de formele zorgkosten met zich mee zou brengen door meer inzet van de informele zorg lijkt niet erg te kloppen. Nog steeds stijgen deze formele zorgkosten; met 100 miljard per jaar (2018 CBS) de hoogste van Europa.
En het is goed je te realiseren dat informele zorgverleners niet alleen moeten compenseren voor beoogde vermindering van formele zorg maar ook voor het logistieke nadeel voor de zorg door langer thuiswonen. De stelling is dat dit “groepswonen voor iedereen” het logistieke nadeel in belangrijke mate kan verminderen en er is aanleiding te veronderstellen dat dit ook zou kunnen leiden tot een versterking van onderlinge informele zorg, waarover hieronder meer.

3--Vanuit de optiek van de oudere zelf
Veel ouderen redden het heel goed zelf en blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen met beperkte ondersteuning.
Maar het zo lang mogelijk zelfstandig thuisblijven in de eigen woning is niet voor iedereen het wenkende perspectief dat de rijksoverheid ons graag wil doen geloven.
Het relatieve zit natuurlijk in het voorvoegsel “zo lang mogelijk”.
Want dat kan heel kort zijn: Bij fysieke beperkingen spreek dat vanzelf , maar vergeet eenzaamheid niet; de grootste ongelukkigmaker in een samenleving, waar alleen leven steeds meer het “voorland” is. Ook veel jongeren zijn soms eenzaam; voor een deel hoort dat bij het leven. Maar voor veel ouderen ligt dat anders: bij een afnemende draagkracht kan het isolement door bijvoorbeeld alleen komen te staan leiden tot grote draaglast en een pijnlijk schrijnende eenzaamheid. Als je dat overkomt wil je zo snel mogelijk ergens naar toe waar die pijn verdwijnt. En eenzaamheid is op zich geen ziekte maar je wordt er wel ziek van. Veel zorgvragen staan voor “gesomatiseerde” eenzaamheid, zeker in de eerste lijn met huisartsen voorop. De zorgvraag is dan bijvoorbeeld een remedie tegen depressie of slapeloosheid en huisartsen kunnen vaak niet veel anders dan pilletjes daartegen voorschrijven en de farmaceutische bedrijven varen er wel bij. Ook in de recente discussie rondom het voltooide leven komt keer op keer naar voren dat mensen niet voortdurend dood willen maar vooral dat ze zò niet willen leven.
Het is dus vanuit medemenselijkheid maar zeker ook vanuit financiële overwegingen de moeite waard om eenzaamheid, met name onder ouderen, te bestrijden. Het aanbieden van wonen op maat in een complex waar ook gelegenheid is tot betekenis gevende ontmoetingen kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
Het groepswonen voor ouderen is in Engeland van de grond gekomen vanuit de “meals on wheels” (tafeltjedekje) organisatie. Het was makkelijker om de maaltijden warm op 1 plek af te leveren. En de bonus voor de ouderen was dat ze gezamenlijk de maaltijd konden nuttigen en de praktijk wijst, ook hier, uit dat ouderen dat (soms na aanvankelijke aarzeling) hogelijk waarderen.
De gezamenlijke ruimte (een laagdrempelig soort mini dorpshuisje) bij het “groepswonen voor iedereen” kan ook gebruikt worden voor de gezamenlijke koffie, spelletjes, een training sociale vaardigheid ed. Kortom; allerlei zaken waarmee de draagkracht wordt vergroot en de draaglast wordt verkleind.
Het grootste verschil met de huidige groepswoon initiatieven is wellicht dat door een gerichte inzet van de gemeente dergelijke woonvormen ook voor de minder draagkrachtigen bereikbaar kunnen worden.

4--Vanuit de optiek van de mantelzorger
Met name vanuit de dochter of zoon die wil bijdragen aan de zorg en het welzijn van vader of moeder zal het evident zijn dat het een hele geruststelling en dus ook verlichting is als vader of moeder onder goede pannen verblijft.
Maar door het samenwonen kan men ook voor elkaar mantelzorger zijn. Een boodschapje meenemen als iemand ziek is, een pannetje soep brengen of de ogen indruppelen tegen glaucoom (een bekende ouderdomskwaal). Allemaal niet zo belastend voor de oudere medemens maar wel collectieve zorgkosten verminderend.

Samenvattend
De huidige woonvisie van de gemeente gaat vooral over het gebied binnen de huidige rode contouren. In de woonvisie is de optie om geclusterd wonen te realiseren wel genoemd maar niet uitgewerkt tot het hier geopteerde “groepswonen voor iedereen”.
Terwijl de voordelen evident zijn. Het is een antwoord op de woningnood, het ontlast de verzorgende, het vergroot het welzijn van ouderen en de betrokkenheid op elkaar en dat alles leidt tot minder zorgkosten voor de gemeente en een betere doorstroming van de inwoners.En dat geldt natuurlijk ook voor dergelijke projecten die te gelegener tijd kunnen worden gebouwd op locaties die zich thans nog buiten de rode contouren bevinden.

Advies
Gelet op bovenstaande overwegingen adviseren wij uw college om ruime aandacht en mogelijkheden te geven aan het “groepswonen voor iedereen”bij de beleidsuitvoering (huidige woonvisie) en beleidsvoorbereiding (regionale bouwplannen en woonzorgvisie).
In concreto adviseren wij om in de plannen die thans worden voorbereiding de verschillende kernen van de gemeente, mogelijkheden te onderzoeken om dergelijke projecten te realiseren. Eventueel in samenwerking met een woningbouwcoöperatie.
Bij toekomstige plannen adviseren wij uw college tevens om als voorwaarde mee te geven aan eventuele projectontwikkelaars dat er ten aanzien van locaties voor “groepswonen voor iedereen" met relatief lage grondprijzen moet worden gewerkt.

Graag krijgen wij een reactie van uw college wat u met dit advies doet.

Met vriendelijke groeten, namens de Adviesraad Sociaal Domein,

Paul Heijmerink
voorzitter

Ook interessante adviezen zijn: